Wat is kanker

Cellen worden in het lichaam continu vervangen. Elk gedeelte van ons lichaam heeft hierbij een gespecialiseerde functie en de daar aanwezige cellen zorgen dat dit kan. Cellen ver­meerderen zich door zich te splitsen, waarbij ze een exacte kopie maken van zichzelf met dezelfde erfelijke informatie (DNA). Normale celsplitsing gebeurt op een gecontroleerde manier zodat tijdens ons (volwassen) leven globaal eenzelfde aantal cellen aanwezig is. Maar af en toe gaat er iets mis, waardoor cellen zich sneller vermeerderen dan moet. Ons lichaam heeft hiervoor een mechanisme om dat te corrigeren, maar als dat het laat afweten, schiet de vermeerdering van deze ‘foute’ cellen omhoog.

Deze foute cellen nemen meer voedings­stoffen op en vermeerderen zich vervolgens in een steeds hoger tempo waarbij ze tumoren vormen. Zolang deze cellen bij elkaar blijven en hun gebied niet verlaten, worden ze goed­aardige (geen kanker) cellen genoemd. Als ze zich daarentegen verspreiden naar andere gebieden in het lichaam worden ze kwaadaardige of kankercellen genoemd en vormen ze kankertumoren. Als zulke kwaadaardige cellen zich verder uitspreiden, wordt dat metastase genoemd.

De medische aanpak van kanker

Opereren

Een chirurgische ingreep is de oudste behandelingswijze van kanker. Het wordt zowel gebruikt bij het vaststellen om wat voor kanker het gaat, als bij het bestrijden. Het kan zijn dat het daarmee verholpen is, of dat men besluit helemaal niet te opereren. Dat hangt af van de soort tumor en de plek waar die zit. Een operatie kan worden gevolgd door verdere behandelingen zoals bestraling en chemotherapie.

Chemotherapie

Chemotherapie – en ook bestraling – worden gebruikt om te voorkomen dat kankercellen zich vermenigvuldigen. Dit gebeurt door het DNA van de cellen aan te pakken, waardoor die zich niet meer kunnen vermeerderen. Zulke behandelingen zorgen er soms ook voor dat cellen zichzelf doden (apoptosis).

Tijdens chemotherapie vecht het lichaam dus niet alleen tegen kanker, maar moet op hetzelfde moment ook de gezonde cellen vervangen die door de chemo zijn beschadigd.

Bij chemotherapie worden antikanker medicijnen in het bloed gebracht, zodat ze door het hele lichaam actief zijn. Het is een krachtige aanpak die zowel kankercellen als gezonde cellen doodmaakt. Tijdens chemotherapie vecht het lichaam dus niet alleen tegen kanker, maar moet op hetzelfde moment ook de gezonde cellen vervangen die door de chemo zijn beschadigd. Chemotherapie en bestraling tasten met name cellen aan die te maken hebben met spijsvertering, haargroei en beenmerg. En dat kan leiden tot problemen in de mond en keel, verlies van haar, bloedarmoede, bloedingen en verminderde weerstand tegen infecties.

Bekende bijwerkingen van chemotherapie zijn veranderingen in smaak en geur, misselijkheid, overgeven, zweren in de mond, bloedarmoede, problemen met de ontlasting, ver­moeidheid, pijn en gewichtsverlies. Over het geheel genomen maakt het patiënten vermoeid en luste­loos, met vaak een gebrek aan eetlust als gevolg.

Het belang van voeding

Als je voor kanker behandeld wordt is voeding heel belangrijk. De voedingsstoffen moeten er voor zorgen dat lichaamsgewicht en kracht op peil blijven, voorkomen dat lichaamsweefsel wordt afgebroken, helpen bij het herstellen van lichaamsweefsel en het bestrijden van infecties en vermoeidheid. Tegelijkertijd hebben de bijwerkingen van de behandeling echter vaak een negatief effect op de eetlust en de eetgewoonte. Ze kunnen de vertering, de op­name en de werking van voedsel beïnvloeden, wat zich vervolgens weer vertaalt als extra gezond­heids­risico voor kankerpatiënten. Goede voeding is dus belangrijk om zo kwalitatief mogelijk te kunnen leven.

Wetenschappelijke studies hebben bewezen dat goede voeding helpt bij het in standhouden van ‘trek’, de vergiftigingsverschijnselen van de behandeling vermindert en het effect van de bijwerkingen verlicht. Dit is allemaal van grote invloed op de overlevingskansen van patiënten.

De gedachte dat voedsel goed is voor je gezondheid is verre van nieuw. Meer dan 4.000 jaar geleden gebruikten zowel de oude Egyptenaren als de Grieken honing als medicijn voor brandwonden, zweren en andere wonden. Hippocrates (460-377 v.Chr.) was overtuigd van het belang van goed eten: “Laat voedsel je medicijn zijn en medicijnen je voedsel.” Hij legde ook de nadruk op het belang van verse planten en kruiden in zijn eigen eten.

Waarom bepaalde voedingsstoffen belangrijk zijn in het dieet van kanker­patiënten

In de negentiger jaren van de vorige eeuw werden er in fruit en groenten Fyto-oestrogenen bestanddelen aangetoond. Dit zijn planteigen deeltjes die de plant beschermen tegen ziekte, oxidatie, insecten en straling. Als wij die eten hebben ze op ons lichaam een zelfde beschermende werking. Deze Fyto-oestrogenen kunnen een belangrijk infectieonder­drukkend, bacteriebestrijdend en kanker­bestrijdend effect op het menselijk lichaam hebben. Het American National Cancer Institute onderzoekt momenteel het belang van deze Fyto-oestrogenen bij kanker­preventie en kankerbestrijding.

Het zal wetenschappelijk onderzoekers nog vele jaren aan het werk houden om exact te begrijpen hoe deze Fyto-oestrogenen precies werken. Hier volgen enkele voorbeelden van voedselingrediënten die Fyto-oestrogenen bevatten en die veel belovende resultaten geven bij de bestrijding van kanker.

Antioxidanten

Om het belang van antioxidanten te begrijpen, moeten we het hebben over ‘vrije radicalen’. Zuurstof wordt door lichaamscellen gebruikt; die zuurstof is de voorwaarde voor het functioneren van het lichaam. Vrije radicalen zijn het natuurlijke bijproduct van oxidatie; de wisselwerking met zuurstof. Deze vrije radicalen reizen door onze cellen en beschadigen daar het opge­slagen DNA en de celwanden. Deze beschadigingen stimuleren het ontstaan van kanker in die cellen.

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat antioxidanten en vrije radicalen bepalend zijn voor de ontwikkeling, controle en genezing van kanker.

Antioxidanten zijn actief in het voorkomen dat cellen zich kankerachtig gaan gedragen, door prille kankercellen weer gezond te maken. Antioxidanten kunnen ook kanker voorkomen door het aantal vrije radicalen in ons lichaam te verminderen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat antioxidanten en vrije radicalen bepalend zijn voor de ontwikkeling, controle en genezing van kanker.

Je kunt de werking van vrije radicalen en antioxidanten vergelijken met wat er gebeurt als je een avocado opensnijdt en het vruchtvlees lossnijdt. Dat wordt bruin! (Deze ‘oxidatie’ zou in een lichaamscel het gevolg zijn van vrij radicalen.) Doe je een beetje citroensap over de avo­cado dan voorkom je het bruin worden; net zoals antioxidanten het effect van vrije radicalen stoppen.

Verschillende voedingsstoffen bevatten antioxidanten die mogelijk kanker kunnen remmen of zelfs genezen. Hun effectiviteit verschilt aanzienlijk. Om je een idee te geven, vind je in het volgende lijstje antioxidanten en voedingsstoffen waar die in zitten:

Fenol – antioxidanten die zitten in bessen, druiven, mosterd, olijfolie, sesamzaad en thee.

Selenium – een sterke antioxidant die het best werkt in combinatie met vitamine E. Je vindt het in o.a. avocado’s, paranoten, biergist, granen, schaaldieren en zonnebloempitten.

Vitamine E – zit in avocado’s, eigeel, noten, olijfolie, zaden, tonijn en tarwekiemen.

Bètacaroteen – dit vind je in felgekleurde vruchten en groenten, vooral die met geel pig­ment. Ze zijn een antioxidant die kanker kunnen voorkomen. Goede voorbeelden zijn abrikozen, bietjes, broccoli, cantaloupe meloen, worteltjes, kersen, perziken, paprika’s, pompoen, spinazie, kalebas en zoete aardappels.

Vitamine C – bekend vanwege z’n hoge antioxidantenactiviteit. Het beschermt normale, gezonde cellen en maakt kankercellen gevoelig voor ‘goede’ invloeden van voedingsstoffen. Belangrijke vitamine C leveranciers zijn o.a. zwarte bessen, citrusvruchten, peterselie, rozenbottels and alle vruchten en groenten die vitamine C bevatten.

Bioflavonoïden – dit zijn plantaardige pigmenten met een anti-oxidant activiteit. Ze verhogen de opneembaarheid van vitamine C en remmen of stoppen de groei van kankercellen. Goede bronnen hiervan zijn abrikozen, citroenen en meloenen. (Bio­flavonoide en vitamine C vind je vaak samen in dezelfde vruchten en groenten. Ze werken samen in het lichaam en stimuleren het immuunsysteem. Dat is erg belangrijk wanneer het im­muunsysteem tijdens chemokuren aangetast wordt. Voedsel dat Bio­flavonoide en vitamine C bevat zijn o.a. druivenvelletjes en de schillen en pitten van citrusvruchten.)

Je vindt ook veel antioxidanten – en dat is belangrijk te weten bij chemokuren – in groene thee, lycopene (in gekookte tomaten), granaatappelsap en artisjokken. Ook kurkuma (koenjit/geelwortel) werkt in normale cellen als antioxidant en valt kankercellen aan.

Andere heilzame Fyto-oestrogenen en voeding

Shii-take paddestoelen bevatten ‘lentinan’ een stof waarvan men gelooft dat de groei van tumoren vertraagd of zelfs stopt en die een bijzonder positief effect heeft op het immuun­systeem. Japanse onderzoekers geven lentinan aan patiënten die chemokuren krijgen bij long-, neus-, keel- en maagkanker. Actueel onderzoek lijkt te wijzen op een potentieel effect van Fyto-oestrogenen op met name hormoongerelateerde kankers, zoals borst- en prostaatkanker. Ze zijn effectief bij het blokkeren van kankerstimulerende oestro­genen en ze verminderen de giftigheid van chemotherapie en bestraling. Fyto-oestrogenen zitten in lijnzaad, rabarber en soja.

Een stofje genaamd IP6 (het zit in dierlijke en plantencellen) schijnt de groei van kanker­cellen tegen te gaan, door ze terug te veranderen in normale cellen. Dit IP6 zit in rauwe groente, met name broccoli, kool en bloemkool. Eigenlijk zit het in alle vezelrijke groenten!

Omega-3 vetzuren zijn van groot belang voor onze gezondheid. Ze worden niet door het lichaam aangemaakt. We moeten ze dus via ons voedsel binnenkrijgen. Omega-3 vetzuren zitten o.a. in planten (ze worden dan alpha-linoleenzuur genoemd) zoals lijnzaad, rode bonen (kidney beans) en sojabonen. Maar ook in vis, zoals zeebaars, heilbot, haring, makreel, zalm, sardines, haai en tonijn. Het wordt echter afgeraden vette vissoorten en visolieproducten of supplementen met visolie, 24 uur voorafgaand aan chemotherapie tot 24 uur erna te eten. Vooralsnog geldt dat alleen voor Irinotecan en platina bevattende chemotherapie zoals Cisplatan en Oxaliplatin.

Voedsel met veel proteïne is belangrijk, want de proteïne helpt bij het herstel van lichaams­weefsel, het behoud van spiermassa en voor een gezond immuunsysteem. Na een operatie en tijdens kankerbehandeling helpt extra proteïne ook bij het herstel en het voorkomen van infecties. De beste proteïnebron is voedsel dat ook weinig verzadigd vet bevat. Ondermeer: eieren, vis, mager vlees, groenten, zuivelproducten met weinig of geen vet, noten, gevogel­te, bonen, zaden en sojaproducten.

Wat je beter niet kan nemen

Probeer zo veel mogelijk fabrieksmatig gekookte, geraffineerde en geconserveerde voedings­middelen te vermijden; kies als het even kan verse, organische ingrediënten. Lees de etiket­ten om er zeker van te zijn dat er geen chemische toevoegingen in zitten. Verse door de slager zelf gekookte ham is prima, maar voorverpakte supermarkt ham met conserveer­middelen wordt afgeraden. Geraffineerde suiker en zoetstoffen als aspartaam (zit vaak in yoghurtproducten, ontbijtgranen en kant-en-klare maaltijden) wordt nogal eens in verband gebracht met allerlei ziekten waaronder kanker. Het is beter om daar niet voor te kiezen! Datzelfde geldt voor producten met bepaalde E-nummers.

Gericht advies voor bepaalde typen kanker

Patiënten met kanker in hun hoofd of hals – inclusief slokdarm- en maagkanker – moeten extra hulp bij hun voeding krijgen. Een droge mond is vaak een probleem en vraagt om zacht of heel vochtig eten. Patiënten geven vaak de voorkeur aan uitgesproken smaken en beetje zurige smaken – die helpen de speekselaanmaak. Scherpe zure en heel pittige gerechten worden meestal slecht verdragen. Maar ijskoude druiven en een kleine portie meloen rechtstreeks uit de koelkast zijn vaak welkome snacks.

Patiënten met kanker in het maagdarmkanaal lopen de kans op ondervoeding vanwege chronische buikklachten ten gevolge van diaree en geïrriteerde darmen. Gedroogde bonen, gedroogd fruit, voedingsvezels, melk, zuivelproducten, noten, popcorn, zaden en maïs kun­nen in dat geval beter vermeden worden. Eet vooral voedsel met weinig vezels, zoals appelmoes, bananen, rijst en toast. Voorkom uitdroging door zo veel mogelijk te drinken: begin met kleine slokjes en voer de hoeveelheid op, tot het te veel wordt.

Patiënten met prostaat- of borstkanker (alle twee hormoon gerelateerd) lijken het meest profijt te hebben van een zuivelvrij dieet. Er wordt gedacht dat de hormonen die in zuivel­producten zitten en eigenlijk bestemd zijn voor kalfjes, de schuldigen zijn. Met name in China waar mensen nauwelijks zuivelproducten eten, komt maar weinig prostaat- en borst­kanker voor. Patiënten met prostaat- of borst­kanker wordt daarom geadviseerd om zuivel­producten te vervangen door de vele alternatieven die er tegenwoordig zijn – gemaakt van kokos, haver, rijst en soja.

Voedingssupplementen

Het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van voedingssupplementen is op dit moment (nog) niet overtuigend. Een aantal kankerspecialisten is uitgesproken tegen extra voedingssupplementen met antioxidanten tijdens behandelingen, omdat dit de effectiviteit van chemotherapie zou kunnen verminderen. Volgens deze wetenschappers zijn de anti­oxidanten die normaal in voedsel aanwezig zijn voldoende. Daar tegenover staan andere onderzoekers die ervan overtuigd zijn dat extra antioxidanten juist het voordeel bieden dat ze normale cellen beschermen tegen de schade die chemo kan aanrichten. Na afloop van een chemokuur adviseren veel artsen wél supplementen.

Omega-3 vetzuren

Het is belangrijk een verschil te maken tussen Omega-3 vetzuren en Omega-6 vetzuren. Omega-6 vetzuren zitten in bepaalde ontbijtgranen, margarine, snacks en plantaardige oliën (zonnebloemolie). Idealiter heeft ons lichaam behoefte aan een verhouding van 1:1 Van deze twee vetzuren. In de Westerse wereld krijgt ons lichaam echter meer Omega-6 vetzuren en dat wordt niet aangeraden. In scherp contrast hiermee is het Mediterrane dieet dat juist weer rijk is aan Omega-3 vetzuren.